Erfrecht

| Meer

Erfrecht

 
De tekst is puur voor informatie en er kunnen geen rechten aan worden ontleend.
 
Op 1 januari 2003 is het Nederlandse Erfrecht veranderd.
Deze wet staat in boek 4 Burgerlijk Wetboek. (artikel 4:1 t/m 4:233)

Over de laatste wijzigingen in de wet is zeer lang gepraat en de invoering hiervan werd telkens uitgesteld. De belangrijkste wijziging met het "oude erfrecht" is dat de langstlevende echtgenoot financieel beter wordt verzorgd.

In het oude erfrecht (voor 1-1-2003) konden de kinderen hun erfdeel opeisen en de langstlevende echtgeno(o)t(e) was verplicht het erfdeel aan kinderen uit te betalen. Hierdoor moest de langlevende echtgenoot meestal de "eigen woning" en andere vermogensbestanddelen verkopen, om de erfdelen uit te kunnen betalen. De langstlevende kon dan in sommige schrijnende gevallen in een klein huurhuisje met een klein pensioentje haar laatste dagen slijten of werd in een bejaardentehuis geplaatst.

De laatste wijziging van het Nederlandse erfrecht was in het jaar 1923. Tot dat jaar was de langstlevende echtgenoot geen erfgenaam. Alleen de kinderen konden erven. In het jaar 1923 werd de langstlevende echtgenoot dan ook erfgenaam en kon deze meedelen in de nalatenschap van erflater.

Nu, met ingang van het jaar 2003, krijgt de langstlevende echtgenoot nog meer rechten en kan deze van een goede oude dag genieten, zonder zich zorgen te maken, dat de kinderen hun erfdeel opeisen.
De langstlevende kan nu niet meer in financiële problemen komen.
 
Wanneer iemand komt te overlijden, is deze overledene de erflater.

Na het overlijden laat een erflater bezittingen en/of schulden na.
De bezittingen en schulden van een erflater is zijn/haar nalatenschap.

Het erfrecht regelt de overgang van de bezittingen en schulden van erflater op de erfgenamen.

Een erflater kan een testament hebben gemaakt, dan verkrijgen de erfgenamen het geheel of een deel van het vermogen, zoals dit in dat testament is opgenomen.

Indien er geen testament is opgemaakt, bepaalt de wet wat de erfgenamen verkrijgen.
Dit is het wettelijk erfrecht.

Verder wordt gesproken over het wettelijk erfrecht of ook wel genaamd het versterferfrecht.
Dit is dus van toepassing bij overlijden indien een erflater geen testament heeft opgemaakt.
 
 
 
Aanvaarden, Verwerpen, Verklaring van Erfrecht

Een erfgenaam heeft de keus de nalatenschap te aanvaarden, beneficiaire te aanvaarden of te verwerpen.

aanvaarden
Als een erfgenaam aanvaardt, moet hij ook de schulden van de nalatenschap betalen.
Zelfs als die schulden bij elkaar meer bedragen dan de bezittingen.
Gedeeltelijke aanvaarding is niet mogelijk.


beneficiaire te aanvaarden
Een erfgenaam kan ook beneficiair aanvaarden. Dat houdt in dat de erfgenaam de nalatenschap alleen accepteert, voor zover die positief is.


verwerpen
Een erfgenaam kan ook een erfenis verwerpen, zodat hij niets met de nalatenschap te maken heeft.

Om de schuldeisers zoveel recht te doen, zijn de nodige formaliteiten voorgeschreven voor beneficiaire aanvaardingen en verwerping.
Indien de erfgenamen besluiten de nalatenschap te verwerpen of beneficiair te aanvaarden, moet een beschikking door de arrondissements-rechtbank worden afgegeven. Bij de griffie van de rechtbank moet dan een verklaring worden overlegd.


Verklaring van Erfrecht
Een verklaring van erfrecht is nodig om o.a de banktegoeden vrij te geven of onroerende zaken op naam van de erfgenamen te zetten bij het kadaster.
Voordat de notaris zo'n verklaring afgeeft, zal hij een aantal onderzoeken doen, onder andere bij de Burgerlijke Stand en het Centraal Testamenten Register. Op die manier worden alle erfgenamen en de wilsbeschikkingen van de overledene in kaart gebracht.
Met zo'n verklaring van erfrecht kunnen de erfgenamen o.a. bij de bank de bankrekeningen op hun naam zetten.
opmerking:
Een verklaring van erfrecht is niet altijd nodig.

De banken zijn niet verplicht een verklaring van erfrecht te eisen voor vrijgeven banktegoeden.
Wanneer er tussen de erfgenamen geen onderlinge geschillen zijn, ga dan met de bank praten of het mogelijk is dit op en andere manier op te lossen.
De meeste banken zullen hier aan meewerken, indien het saldo van de banktegoeden niet te hoog is.

 Een v.v.e. is niet goedkoop en er zit zeer veel prijsverschil tussen de verschillende notarissen
 
 
De wet heeft de erfgenamen in groepen onder verdeeld.
Deze groepen van erfgenamen staan vermeld in het Burgerlijk wetboek.

Wanneer er geen testament is, moet de erfenis van een erflater verdeeld worden over de erfgenamen die in deze groepen staan vermeld, beginnende met de erfgenamen uit groep 1.

Iedere genoemde erfgenaam in dezelfde groep krijgt een gelijk deel. (Opmerking: ouders krijgen altijd minimaal 1/4 deel)

Zijn er dus erfgenamen zijn in groep 1, dan komen personen uit de groepen 2, 3 en 4 niet meer in beeld.
Zijn er geen erfgenamen in groep 1, dan komen de erfgenamen uit groep 2 aan de beurt.
Zijn er ook geen erfgenamen in groep 1 en 2 dan zijn de erven uit groep 3 aan de beurt, enz.
In elke groep kunnen er alleen erfgenamen zijn tot de 6e graad.

Wanneer er geen erfgenamen zijn uit de bovengenoemde groepen, gaat de gehele nalatenschap naar de Staat der Nederlanden.

Groep 1

De niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot van de erflater tezamen met diens kinderen.
De erfgenamen in groep 1 zijn de, niet gescheiden van tafel en bed, langstlevende echtgenoot (m/v) of geregistreerde partner en kinderen, gezamenlijk erfgenaam ieder voor een gelijk deel.
(dus niet degene met wie erflater een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd.)

Wanneer er kinderen zijn van vooroverleden kinderen dan erven deze bij plaatsvervulling voor dit vooroverleden kind.
 
Groep 2

De ouders van de erflater tezamen met diens broers en zusters.
Wanneer er geen erfgenamen zijn die vallen in groep 1, dan komen de erfgenamen van groep 2 aan de beurt.
Dit zijn dan de ouders en broers en zusters, ieder voor een gelijk deel.

Wanneer er kinderen zijn van vooroverleden broers/zusters dan erven deze bij plaatsvervulling voor deze vooroverleden broers/zusters.

De ouders verkrijgen ieder minimaal ¼ deel uit de nalatenschap.
 
 
 
 
Groep 3

De grootouders van de erflater.
Zijn er geen erfgenamen uit groep 1 of 2 dan komen de erfgenamen uit groep 3 aan de beurt.
Dat zijn de grootouders, ieder voor een gelijk deel.

Wanneer er kinderen zijn van vooroverleden grootouder dan erven deze bij plaatsvervulling voor deze vooroverleden grootouder.
 
Groep 4

De overgrootouders van de erflater.
Zijn er geen erfgenamen uit groep 1, 2 of 3 dan komen de erfgenamen uit groep 4 aan de beurt.
Dat zijn de overgrootouders, ieder voor een gelijk deel.

Wanneer er kinderen zijn van vooroverleden overgrootouder dan erven deze bij plaatsvervulling voor deze vooroverleden overgrootouder.
 
Gemeenschap van goederen

Wanneer een erflater is gehuwd in gemeenschap van goederen, of geregistreerd als partner (zonder partnerschapsvoorwaarden), dan is zijn/haar nalatenschap de helft van het totale vermogen van de partners. Hiervan kan in mindering worden gebracht de begrafeniskosten en de overige kosten.
voorbeeld
man en vrouw hebben een woonhuis, waard € 100.000, banktegoeden, € 20.000 en een hypotheekschuld, € 60.000.
Het gemeenschapsvermogen is dus totaal € 60.000
De man komt te overlijden en zijn nalatenschap is de helft van € 60.000 is € 30.000.
Hiervan komen in mindering de begrafeniskosten e.d ad. € 5.000, is saldo nalatenschap €25.000
 
Indien er huwelijksvoorwaarden zijn, is de nalatenschap, zoals dit is overeengekomen in deze huwelijksvoorwaarden.

voorbeeld
Man en vrouw op huwelijksvoorwaarden gehuwd. (koude uitsluiting, dat wil zeggen ieder behoud zijn/haar eigen vermogen)
vermogen vrouw is woonhuis € 100.000 en hypotheek € 60.000
vermogen man is banktegoed van € 20.000
Man komt te overlijden. Zijn nalatenschap is dan € 20.000, minus de begrafeniskosten e.d. €5.000, is totaal saldo van € 15.000


 
 
 
Erfgenaam is partner

De partner is:
a. de niet van tafel en bed gescheiden echtgeno(o)t(e)
b. de geregistreerde partner.
Dus niet de samenwoner, met of zonder samenlevingscontact.

De partner, is een erfgenaam die valt in groep 1.
opmerking:
dus de formeel van tafel en bed gescheiden echtgeno(o)t(e) is GEEN erfgenaam
Wanneer er alleen erfgenamen in groep 1 zijn, komen de andere groepen niet meer aan de beurt.

Indien een erflater alleen een partner nalaat is deze de enige erfgenaam en erft deze alles.

Erflater A is overleden en laat na zijn partner, zijnde echtgenote of geregistreerd partner,
Deze partner B is de enige erfgenaam en erft deze alles.

Dus wanneer een erflater is overleden, zonder achterlating van kinderen, een echtgeno(o)t(e) of een geregistreerde partner achterlaat, is deze de enige erfgenaam van de nalatenschap

Opmerking
De samenwoner kan alleen bij een testament tot erfgenaam worden benoemd. (ook de samenwoner met een notarieel samenlevingscontract)

 Erfgenaam zijn de kinderen

Kinderen van erflater zijn:
  1. kinderen uit het huwelijk geboren
    b. erkend door erflater, indien niet uit huwelijk is geboren
    c. erkend door erflater, de man, wanneer het kind is geboren uit een geregisteerd partnerschap. (kind is altijd kind van de vrouw)
    d. formeel geadopteerde kinderen
    e. kinderen door gerechtelijk vaderschap is vastgesteld.
 
De kinderen zijn erfgenamen die vallen in groep 1.

Wanneer er alleen erfgenamen in groep 1 zijn, komen de andere groepen niet meer aan de beurt.

Indien een erflater alleen kinderen nalaat, erven deze ieder een gelijk deel van de nalatenschap
 
 
 


Bijvoorbeeld.

Erflater A heeft drie kinderen nagelaten, B,C,D nalatenschap is € 75.000.


De kinderen verkrijgen ieder 1/3 deel is ieder € 25.000.
Indien er vier kinderen zijn verkrijgen ieder 1/4 deel of € 18.750.

Indien A komt te overlijden met achterlating van kinderen en een van die kinderen is vooroverleden, dan erven de kinderen van dit vooroverleden kind gezamenlijk het deel van dit vooroverleden kind.

Bijvoorbeeld

A overlijdt, laat na drie kinderen, B, C en D.
Kind D is vooroverleden en laat twee kinderen na, E en F.

Kind D zou erfgenaam zijn voor 1/3 deel. Nu deze is vooroverleden erven kleinkinderen E en F het deel van D gezamenlijk, is ieder 1/6 deel.

Gerechtelijk vaderschap

Een moeder kan binnen 5 jaar na de geboorte van een kind, of een kind na zijn 16 jaar een procedure opstarten tot "gerechtelijk vaststellen" vaderschap.
Dit is mogelijk indien de biologische vader het kind niet heeft erkend en moet aan diverse zware punten voldoen.
Tevens is het een zeer kostbare procedure (dna onderzoek, advocaatkosten)
Na uitspraak gerechtelijk vaderschap, is biologisch kind formeel een wettelijk kind van de man


 Erfgenamen zijn partner en kinderen


De partner is:
a. de niet van tafel en bed gescheiden echtgeno(o)t(e)
b. de geregistreerde partner.
Dus niet de samenwoner, met of zonder samenlevingscontact.

Kinderen van erflater zijn:
a. kinderen uit het huwelijk geboren
b. erkend door erflater, indien niet uit huwelijk is geboren
c. erkend door erflater, de man, wanneer het kind is geboren uit een geregisteerd partnerschap. (kind is altijd kind van de vrouw)
d. formeel geadopteerde kinderen
e. kinderen door gerechtelijk vaderschap is vastgesteld.

De partner, en kinderen zijn erfgenamen die vallen in groep 1.
 

opmerking
Indien de rechter bij een lopende echtscheidingsprocedure een scheiding van tafel en bed heeft uitgesproken, dan is de echtgeno(o)t(e) geen erfgenaam. (kan wel erfgenaam zijn indien in een testament als erfgenaam is benoemd.).

Wanneer er alleen erfgenamen in groep 1 zijn, komen de andere groepen niet meer aan de beurt.

Erflater laat na een echtgenoot en kinderen.
Volgens erven deze ieder een gelijk deel van de nalatenschap.

voorbeeld
Erflater A heeft twee kinderen, C en D en partner B nagelaten, de nalatenschap is € 75.000.
De kinderen C en D en partner B verkrijgen ieder 1/3 deel is ieder € 25.000.

Indien er drie kinderen zijn verkrijgen kind C en D, derde kind en echtgenote B ieder 1/4 deel of € 18.750, enz.

Wettelijke verdeling
 
De bepalingen van het nieuwe erfrecht zijn vooral om de langstlevende partner te beschermen en deze de mogelijkheid te geven zo lang mogelijk ongestoord verder te leven. (zodat de partner niet in financiële problemen kan komen door uitbetaling erfdelen kinderen)

Over de bescherming van de langstlevende partner is zeer lang gepraat. Er is uiteindelijk een oplossing voor gevonden. In het nieuwe erfrecht is voor de bescherming van de langstlevende partner twee nieuwe begrippen in het leven geroepen, "de wettelijke verdeling" en de "Wilsrechten".

De wettelijke verdeling is van toepassing wanneer een erflater is overleden met achterlating van kinderen en partner. (geregistreerde partner of een niet van tafel en bed gescheiden echtge(o)t(e))

Eerst moet worden vastgesteld wat het erfdeel van de partner en kinderen is

Indien er geen testament is verkrijgen de partner en kinderen ieder een gelijk deel. Indien een kind is vooroverleden en ook kinderen nalaat, dan gaat dat deel naar deze kinderen.

Bij testament kunnen de bepalingen van de wettelijk verdeling worden uitgesloten, of andere voorwaarden aan worden gegeven.
 
 
 


De wettelijke verdeling is het volgende:
A. Eerst moet worden uitgerekend, wat ieders aandeel in de nalatenschap is. Alle zaken uit de nalatenschap worden aan de langstlevende partner toegedeeld. Deze wordt dus eigenaar van alle vermogensbestanddelen.

B. De overbedeling, dat is het bedrag wat de langstlevende partner te veel krijgt, moet door de langstlevende partner in contanten schuldig worden gebleven aan de kinderen. Deze schuld is door de kinderen pas opeisbaar bij overlijden langstlevende partner.

C. De langstlevende partner moet een rente betalen over deze schuld aan de kinderen, ook deze rente is pas opeisbaar bij overlijden langstlevende partner.
Deze rente is wettelijk bepaald op de wettelijke rente minus 6
Deze rente kan niet negatief zijn.

voorbeeld
Wettelijke rente is op 8%. De rente die de langstlevende partner op dan moment moet vergoeden over de schuldig gebleven erfdelen is dan 8% - 6 is 2%
Indien de wettelijk rente op een gegeven moment 4% is, dat is de schuld renteloos (4% - 6 = 0%)

De echtgenoot heeft dus na overlijden partner een schuld aan de kinderen ter grootte van hun erfdeel. Dit bedrag + rente is pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende partner.

Ook is het mogelijk, dat de erven gezamenlijk een andere rente overeenkomen. Dit moeten de erfgenamen binnen 8 maanden na overlijden overeen komen. (opmerking, indien er een andere rente wordt afgesproken op een later tijdstip dan binnen 8 maanden na overlijden, kunnen er fiscale nadelen aan vastzitten, informeer dan bij de Belasting)

voorbeeld
Gezamenlijk wordt afgesproken dat de rente is 7% per jaar, opeisbaar bij overlijden. Erflater kan ook in een testament opnemen dat de wettelijke verdeling van toepassing is en daaraan een andere rente koppelt.

De kinderen krijgen hun erfdeel dus niet in handen. Ze krijgen een vordering in geld, ter grootte van hun erfdeel, opeisbaar bij overlijden langstlevende partner tegen een rente van wettelijke rente minus 6

Het verschuldigde successierecht, welke schuldig is over de erfdelen van de kinderen moet door de langstlevende partner worden voorgeschoten en komt in minderen op het schuldig gebleven erfdeel.
 
 
 


voorbeeld
Erflater overleden, echtgenote en 1 kind. Erfdeel kind is € 10.000, te betalen successierecht is dan € 69
De langstlevende partner heeft dan een schuld aan kind, groot € 10.000 - € 69 is € 9.931. Het kind heeft dus een vordering op partner van totaal € 9.931, opeisbaar, met rente, bij overlijden partner.

De langstlevende partner hoeft geen zekerheid te stellen op deze vordering. De langstlevende partner kan doorgaan met leven hoe deze zelf wil. Ook mag de langstlevende partner alle vermogensbestanddelen opmaken. Indien bij haar overlijden geen vermogen meer is, en de kinderen wel een vordering hebben, is deze vordering dus nihil waard. Daar is echter niets aan te doen. (erflater had immers tijdens zijn leven ook zijn vermogen op kunnen maken)

Het ook mogelijk, dat de langstlevende partner de erfdelen aan de kinderen in contanten of goederen uitkeert (artikel 17 BW) Alleen de partner kan beslissen of hij de erfdelen aan de kinderen uit wil betalen.

voorbeeld
Enige jaren na overlijden vader wil kind een eigen huis of een auto kopen. Moeder kan dan beslissen dat het erfdeel vader aan kind wordt uitbetaald. (er kunnen hier dan wel fiscale nadelen aan zitten, informeer eerst bij de Belasting)

De wettelijk verdeling is verder het beste uit te leggen met voorbeelden

Afstand wettelijke verdeling


De langstlevende partner kan binnen drie maanden na het overlijden afstand doen van de wettelijke verdeling.

Alleen de langstlevende partner kan afstand doen, de kinderen kunnen dit niet beslissen.
Wanneer afstand wordt gedaan van een wettelijke verdeling, moet dit worden aangemeld bij de rechtbank, die deze verklaring in het boedelregister opneemt.

Afstand doen van een wettelijke verdeling kan zijn nadelen en voordelen hebben.

Indien afstand is gedaan door de langstlevende binnen drie maanden na het overlijden is feitelijk het "oude" erfrecht van toepassing. De erfdelen zullen dan door de langstlevende na verzoek van de erfgenamen uitbetaald moeten worden aan de erfgenamen.
 
 
 
 


voorbeeld nadeel
nalatenschap, groot € 100.000, waaronder eigen woning van € 90.000
erfgenamen 1 kind en weduwe doet binnen drie maanden na overlijden afstand van de wettelijke verdeling
Kind kan nu zijn erfdeel, groot ½ of € 50.000 opeisen en de weduwe moet dit betalen
Gezien saldo nalatenschap zal weduwe nu een lening bij de bank moeten nemen, om kind uit te betalen. (of onroerende zaak verkopen)

Voorbeeld voordeel
Nalatenschap, groot € 100.000, waaronder eigen woning van € 90.000
Erfgenamen 1 kind en weduwe doet binnen drie maanden na overlijden afstand van de wettelijke verdeling.
Het kind wil de woning graag hebben.

Indien geen afstand van de wettelijke verdeling is gedaan verkrijgt de weduwe alle zaken en het kind een vordering in contanten ter grootte van zijn erfdeel.

Als kind daarna de onroerende zaak van moeder koopt, zal het kind overdrachtsbelasting over de waarde van de onroerende zaak moeten betalen.

Wanneer weduwe afstand doet van de wettelijke verdeling, zijn de erfgenamen de weduwe en kind, ieder voor de onverdeelde helft in saldo nalatenschap, waaronder onroerende zaak. Er is nu een onverdeeldheid in de onroerende zaak. Bij een akte van verdeling kan de onroerende zaak aan het kind nu zonder overdrachtsbelasting worden toegedeeld aan het kind.

Wanneer er geen beroep binnen drie maanden na overlijden is gedaan om afstand te doen van de wettelijke verdeling, is het ook mogelijk, dat de langstlevende partner de erfdelen aan de kinderen in contanten of goederen uitkeert (artikel 17 BW)
Alleen de partner kan beslissen of hij de erfdelen aan de kinderen uit wil betalen.

voorbeeld
Enige jaren na overlijden vader wil kind een eigen huis of een auto kopen. Moeder kan dan beslissen dat het erfdeel vader aan kind wordt uitbetaald.

Wilsrechten
 
Na overlijden kan de langstlevende echtgenoot hertrouwen.

Langstlevende partner had na overlijden een schuld aan de kinderen. Bij hertrouwen, kan door eventuele gemeenschap van goederen die na hertrouwen ontstaat, de vordering van de kinderen naar de tweede partner gaan of via de stiefouder bij de stief-familie terechtkomen.

De kinderen hebben bij hertrouwen van de langstlevende partner de mogelijkheid hun eigen positie te versterken. Zij kunnen een beroep doen op een zogenaamd wilsrecht.

Als de kinderen een wilsrecht inroepen, krijgen zij goederen in eigendom, met een waarde van de vordering die zij hebben op de langstlevende echtgenoot.
De langstlevende echtgenote krijgt dan wel het vruchtgebruik van deze goederen. Deze kan, of de stief-ouder, niet meer aan deze goederen komen of verkopen. (alleen de rente of andere vruchten die uit deze goederen komen zijn voor de vruchtgebruiker)

Met andere woorden, de kinderen kunnen hun erfdeel veilig stellen en hoeven niet bang te zijn, dat hun aandeel erfdeel vooroverleden vader naar de erfgenamen gaat van de nieuwe partner van moeder.
Wanneer moeder komt te overlijden vervalt het vruchtgebruik en verkrijgen de kinderen de volle eigendom van de goederen waarover een wilsrecht was ingeroepen.

Wilsrechten kunnen worden ingeroepen vanaf het moment dat langstlevende partner aankondigt in het huwelijk te willen treden. (aantekenen bij de gemeente).


Erfgenamen zijn ouders

De ouders zijn erfgenamen die vallen in groep 2.

opmerking
De ouders erven altijd minimaal 1/4 deel.

Wanneer er geen erfgenamen in groep 1 zijn, komt groep 2 aan de beurt.

Indien erflater alleen ouders nalaat, zijn deze erfgenaam.


Erfgenamen zijn:
ouders en broers en zusters en of kinderen van vooroverleden broers en zusters


De ouders, broers en zusters zijn erfgenamen die vallen in groep 2.

opmerking
De ouders erven altijd minimaal 1/4 deel.

Erfgenamen zijn:
volle broers/zusters tezamen met halfbroers en zuster.


Indien een overledene nalaat als erfgenamen zijn twee broers/zusters, A en B en drie broers/zusters C, D en E uit een eerder huwelijk van zijn vader, dan zijn C, D en E de half broers/zusters en A en B de volle broer/zus.
 
 
 


Het erfdeel van de half-broer en half- zuster is een punt minder dan het deel van de volle-broer of volle-zuster.

Dus twee volle broers/zuster, A en B ieder 2 punten = 4 halfbroer/zuster C, D en E ieder 1 = 3
totaal dus 7 punten

De half-broers/zusters C, D en E erven dan ieder 1/7 deel en de volle-broers/zusters A en B ieder 2/7 deel


Indien moeder en vader nog leefden zou deze minimaal ieder 1/4 deel krijgen, rest wordt volgens bovenstaande schema verdeeld.
 
Grootouders

De grootouders zijn erfgenamen die vallen in groep 3.

Wanneer er geen erfgenamen zijn in de groepen 1 of 2, komt groep 3 aan de beurt en dan erven de grootouders en afstammelingen van grootouders als plaatsvervulling.
 
Overgrootouders

De overgrootouders zijn erfgenamen die vallen in groep 4.

Wanneer er geen erfgenamen zijn in de groepen 1, 2 of 3, komt groep 4 aan de beurt en dan erven de overgrootouders en afstammelingen van overgrootouders als plaatsvervulling.

 Codicil
 
Een codicil is een met de hand geschreven, gedagtekend en ondertekend, papier, waarin bepaalde wensen in kunnen worden opgenomen.
(let op
een getypt of gedrukte tekst is niet rechtsgeldig en kan niet als codicil worden aangemerkt)

In een codicil kan iemand bepaalde legaten opnemen.

Echter alleen legaten van kleding, lijfstoebehoren, en bepaalde sieraden.

Bepaalde sieraden worden bedoeld, persoonlijke en/of sieraden die jaren tot de familie behoorden. Ook kunnen inboedelgoederen en boeken worden gelegateerd.
Met andere woorden, alleen bepaalde kleine (persoonlijke) roerende zaken kunnen bij codicil vermaakt worden. Wil iemand grotere legaten of contanten legateren dan moet er een testament worden opgemaakt.
Een testament kan alleen door tussenkomst van een notaris worden opgemaakt.

Tevens kan in een codicil worden opgenomen dat de verkrijging door een of meerdere erfgenamen niet zal vallen in een gemeenschap van goederen.

Dat wil zeggen:

Indien een kind erfgenaam is, en in gemeenschap van goederen gehuwd is, valt de verkrijging uit de nalatenschap van zijn ouder in deze gemeenschap van goederen van dit kind.
Bij een eventuele echtscheiding van het kind, deelt zijn echtgenoot kind mee in de nalatenschap.
Immers het vermogen van man en vrouw, zijn kind en echtgenoot moet dan door twee worden gedeeld.
Indien in een codicil is opgenomen dat de verkrijging door het kind uit de nalatenschap niet zal vallen in een gemeenschap van goederen, blijft deze verkrijging privé van het kind.
Bij eventuele echtscheiding van kind, blijft deze erfenis buiten de verdeling bij de echtscheiding.

Let Op

Onder de oude wet was het mogelijk, dat bij codicil ook nog een executeur-testamentair kon worden benoemd (na 1-1-2003 heet deze een executeur)
Dat is iemand die de nalatenschap van een erflater behandelt en afwikkeld.

In de nieuwe wet is dit per 1 januari 2003 niet meer mogelijk. Een executeur kan dan alleen benoemd worden bij testament.
 
 
Testamenten
 
Wie kan een testament opmaken

Iedereen van 16 jaar en ouder en handelingsbekwaam zijn, dat wil zeggen geestelijk in orde, kunnen een testament laten opmaken.

Een testament is een verklaring van hetgeen iemand wil dat na zijn dood zal geschieden.

Zo een verklaring moet op een bepaalde wijze en vorm schriftelijk worden opgemaakt.
In een testament mogen geen bepalingen worden opgenomen, die in strijd zijn met de goede zeden of de openbare orde.

Het opmaken van een testament is een eenzijdige handeling en moet door tussenkomst van een notaris worden opgemaakt Een testament kan alleen worden opgemaakt bij een notariële akte of een aan een notaris in bewaring gegeven onderhandse akte

Indien iemand zelf een testament heeft gemaakt en deze in bewaring geeft bij een notaris zal deze akte aan bepaalde voorwaarde moeten worden voldoen.
De bij onderhandse akte opgemaakt testament mag met een tekstverwerker zijn opgemaakt.
De erflater moet deze akte dan wel ondertekenen, en elke bladzijde moet met de hand worden genummerd, geparafeerd en ondertekend worden.

Deze onderhandse akte wordt bij een notaris in bewaring gegeven. De aanbieder moet dan aan de notaris verklaren dat deze gemaakte akte zijn uiterste wil is en dat aan de vereisten van de wet is voldaan.
Tevens kan de akte in een gesloten enveloppe bij de notaris worden aangeboden, onder de bepaling dan de enveloppe pas mag worden geopend bij zijn overlijden.
De notaris maakt hiervan een proces verbaal op.

Indien iemand bij een notaris een testament heeft laten opmaken of bij een notaris in bewaring heeft gegeven, zal deze dit testament aanmelden bij het Testamenten register.
Hier wordt alleen aangemeld dat er een testament is en bij welke notaris dit testament in bewaring is gegeven. Dit inhoud van het testament wordt niet bij Testamenten Register bekend gemaakt.

Het adres van het Testamentenregister is:
KNB
Testamentenregister
Postbus 19398
2500 CJ Den Haag

Telefoonnummer: 0900-1144114 (Euro 0,25 cent per minuut)
 
 Testamentair bepalingen, Legaten

In een testament kan iemand aangeven:
a. wie zijn erfgenamen zijn (erfstelling)
b. legaten
c. wensen t.b.v zijn begrafenis
d. aanwijzen van excuteur
e. en diverse andere wensen.

Vrijwel alle wensen zijn mogelijk, echter een notaris controleerd bij het opmaken van het testament dat de wensen reeël zijn
Het is natuurlijk niet mogelijk een legaat aan iemand te geven van b.v. €1.000.000 terwijl duidelijk is dat een testateur dit geld niet heeft of nooit zal verdienen.
In een testament mogen namelijk geen bepalingen worden opgenomen die in strijd zijn met de goede zeden of openbare orde.


 
 
 
 
 
Erfstellingen

Iedereen kan in een testament aangeven wie zijn erfgenamen zijn en voor welk deel.
(met uitzondering van bepaalde personen die in de wet zijn vermeld)

Legaten

Legaten zijn bepaalde goederen of gelden die aan aangewezen personen kan worden vermaakt.

bijvoorbeeld
Ik legateer aan Marie een bedrag van contanten van € 1000, auto, schilderij of een of meer onroerende zaken die zij zal kiezen.
 
De legaten worden in de vorm van een vorderingsrecht uitgekeerd.
Indien aan iemand een bepaald goed is vermaakt, vervalt dit legaat, wanneer dit goed bij overlijden niet meer bestaat.

Bijvoorbeeld
een erflater heeft in zijn testament opgenomen:

"ik legateer aan zijn neef de auto, een volkswagen met kenteken GS-11-GX"

Echter een maand voor het overlijden heeft erflater deze auto verkocht.
De neef heeft geen recht meer op dit legaat, ook niet op de opbrengst van de auto.
Wanneer een legataris of een aangewezen erfgenaam is vooroverleden dan wordt er niets uitgekeerd, tenzij dit uitdrukkelijk in testament is vermeld,
Indien een legaat aan iemand is gemaakt en die bestaat niet, kan ook niets uitgekeerd worden.

Bijvoorbeeld
Legaat van € 10.000 aan broer, echter broer is vooroverleden.
Wel is mogelijk dat er bepaling is opgenomen in het testament, dat bij vooroverlijden legataris, het legaat wordt verdeeld over de in leven zijnde kinderen van broer.

Er kunnen geen legaten gemaakt worden aan of tot erfgenaam worden benoemd:
aan een voogd, die op het moment van maken testament voogd van erflater was;
 
aan een voogd, tot 1 jaar nadat erflater meerderjarig is geworden;
( alleen voogden worden bedoeld, die geen bloedverwanten zijn. Indien de voogd een broer of zuster is kan wel een legaat aan deze worden gemaakt.)
 
aan leraren van minderjarige testateurs, met wie zij samenwonen
 
aan notarissen
 
Ook mag niemand een legaat maken aan iemand die bijstand heeft verleend aan de laatste ziekte erflater, alsmede de geestelijk verzorgers
Ook kunnen geen legaten worden vermaakt aan verpleegkundigen van bejaarden of geestelijke gestoorden of leidinggevende van verpleeginstellingen en bejaardentehuizen
 
Hiervan geldt wel een uitzondering bijvoordeeld een klein legaat aan bejaardentehuis als dank voor de goede verzorging.


Onterven langstlevende partner


Bij testament kan de partner (echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner) onterfd worden, echter de inboedel en de eigen woning, die langstlevende partner een erflater samen bewoonden, verkrijgt de langstlevende partner in eerste instantie 3 maanden in vruchtgebruik
De partner kan derhalve niet uit de woning worden gezet en kan er blijven wonen.

Wanneer de partner geen inkomsten heeft kan deze bij de Rechter een verzoek indienen dat het vruchtgebruik van de woning en inboedel levenslang aan haar wordt toebedeeld.

Stiefkinderen

In een testament kan ook worden opgenomen dat de stiefkinderen als eigen kinderen worden behandeld.
(stiefkinderen zijn kinderen van 1e huwelijk echtgenoot.)
Indien dit in een testament is opgenomen, kunnen de eigen kinderen niet meer hun wettelijk erfdeel bepalen zonder rekening te houden met stiefkinderen.
Voor bepalen grootte wettelijk erfdeel tellen de stiefkinderen dan mee.
De eigen kinderen behouden hun 50% legitieme erfdeel, echter bij de stiefkinderen mag niet meer gekort worden tot het bedrag gelijk aan erfdeel, zijnde stiefkind een eigen kind.
 
Testament herroepen/veranderen

Een testament kan alleen herroepen of veranderd worden in een nieuw testament
Iemand kan een testament niet ongeldig maken door deze thuis te verscheuren.
Immers het orginele testament blijft bij de notaris in zijn archief.

Indien u bepalingen in een testament wil herroepen, zal er een nieuwe testament moeten worden opgemaakt.

Indien er een testament wordt opgemaakt en deze begint dan met de bepaling dat alle hiervoor opgemaakte uiterste wilsbeschikkingen zijn vervallen, moet gelet worden op eventueel eerder gemaakte codicillen of testamenten.
Wil men bij het maken van een testament een eerder gemaakt codicil laten bestaan, moet hierin het nieuwe testament melding van worden gemaakt, dat het reeds opgemaakte codicil niet is vervallen.
 


Legitieme

Iemand kan zijn kinderen nooit geheel onterven.
De kinderen hebben altijd recht op hun legitieme deel.

In het nieuwe erfrecht is het legitieme deel gesteld op 50% van wat een kind zou erven, als er geen testament zou zijn opgemaakt.
 
Het legitieme deel wordt niet in goederen uitgekeerd, maar in een vordering.
Indien een kind een beroep doet op zijn legitieme deel, heeft deze een vordering op de erfgenamen, ter grootte van de waarde van het legitieme deel.
(een legitimaris is in het nieuwe erfrecht geen erfgenaam)

Bepalen van legitieme deel

De waarde van het legitieme deel wordt berekend over het saldo van de nalatenschap, vermeerderd met de giften die erflater ten tijde van zijn leven heeft gedaan.
Met schenkingen aan anderen dan bloedverwanten in de rechte lijn, wordt dan alleen rekening gehouden, indien deze niet langer dan 5 jaar voor overlijden zijn gedaan.
Dit is de legitieme massa, waarover het legitieme deel wordt berekend.

bijvoorbeeld
Vader is overleden, heeft twee kinderen, moeder is vooroverleden.
Vader heeft nalatenschap van € 50.000 en aan 1 kind schenking gedaan van
€ 75.000.
1 kind die ook schenkingen heeft gehad is tot enig erfgenaam benoemd.
de massa is dus nalatenschap € 50.000 + schenkingen, € 75.000, is € 125.000
legitieme deel kind is 1/4 (50% van 1/2)
legitieme deel is dus totaal eur 31.250
het andere kind is dus aan zijn broer een bedrag van € 31.250 schuldig.
 
Schenkingen aan een echtgenoot mag voor de berekening van de massa niet meegetelt te worden.
 
Indien in testament is bepaald, dat stiefkinderen gelijk zijn gesteld met eigen kinderen, tellen deze voor bepaling legitieme deel mee.
De stiefkinderen tellen echter alleen mee bij de inkorting.
De eigen kinderen houden hun 50% deel. Alleen kan er niet meer bij de stiefkinderen worden ingekort, tot het deel van zijnde eigen kind.
Het heeft dan eigenlijk geen zin om dan een beroep te doen op legitieme erfdeel.
 
Belangrijke opmerking

Kinderen kunnen natuurlijk altijd een beroep doen op hun legitieme deel.
Dat wil niet zeggen dan dit legitieme deel ook daadwerkelijk aan dat kind kan worden uitbetaald.
Wanneer een erflater in het testament de wettelijke verdeling niet heeft uitgesloten, dan kan het legitieme deel van het kind pas worden uitbetaald na overlijden van langstlevende echtgeno(o)t(e)
Het legitieme deel van het kind kan alleen direct aan kind gegeven worden, wanneer dit in een testament is bepaald, of de langstlevende echtgeno(o)t(e) betaald uit eigen wil de schuld legitieme deel aan kind.


Ook kan door beroep op legitieme de echtgenoot niet uit de eigen woning worden gezet. De echtgenoot behoud dan altijd het vruchtgebruik van de eigen woning.

 
Schenkingen

Schenkingen worden geregeld in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
In het nieuwe recht wordt onderscheid gemaakt tussen schenkingen en giften.

Schenking
Een schenking is een overeenkomst, om niet, die ertoe strekt dat de ene partij, de schenker, ten koste van zijn eigen vermogen die andere partij verrijkt.
Met andere worden, door een overeenkomst moet de schenker verarmen en de begiftigde verrijken, waarvoor de begiftigde geen tegenprestatie hoeft te leveren.
Indien de begiftigde daarna deze schenking niet afwijst, is er sprake van een schenking.
 
Een schenkingsovereenkomst mag bij onderhandse akte worden opgemaakt.
Echter wanneer er een bepaling "des doods" in wordt opgenomen, moet de schenkingsovereenkomst bij notariële akte worden opgemaakt.
Er is sprake van een "bepaling des doods" indien een schenker een bedrag in contanten geeft aan een begiftigde met een bepaling dat dit bedrag pas opeisbaar is bij overlijden van schenker.

Een schenkingsakte opgemaakt bij een onderhandse akte kan nadelig zijn.
De bewijslast dat er sprake is van een schenking ligt namelijk bij de begiftigde. Indien er onenigheid tussen de schenker en begiftigde ontstaat of tussen een erfgenamen van een schenker en begiftigde is de bewijslast lastig hiervan, indien er alleen een onderhandse akte is opgemaakt, of dat de overeenkomst mondeling is aangegaan.
Daarom is er een bepaling opgenomen, dat indien de overeenkomst tot schenking notarieel is opgemaakt, geen bewijslast meer nodig is voor de begiftigde.
Het is daarom aan te raden voor schenkingen met een aanzienlijk vermogen, deze via een notariële akte maken.

Giften
Een gift is iedere handeling die er toe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt.
Dit is een wat lastige definitie

Er is sprake o.a. van een gift wanneer een verkoper een onroerende zaak voor een te lage koopsom verkoopt. Indien de begiftigde deze onroerende zaak dan voor deze lage koopsom koopt is er sprake van een gift. De gift is dan het verschil tussen de waarde onroerende zaak en de overeengekomen koopsom.

Indien er sprake is van een schenking dan is er schenkingsrecht verschuldigd.
Er zal aangifte voor het recht van schenking moeten worden gedaan, indien er sprake is van een schenking die hoger is dan het vrijgestelde bedrag.

Er wordt fiscaal geen onderscheid gemaakt tussen schenkingen en giften.

Schenkingsrecht is verschuldigd indien er sprake is van een vermogensovergang, om niet, dat wil zeggen de schenker verarmt en de begiftigde verrijkt.
Ook moet er sprake zijn van een bevoordelingbedoeling.
Fiscaal is er altijd sprake van een bevoordelingbedoeling indien er een schenking is tussen ouders en kinderen. (het is zeer moeilijk aan te tonen dat er bij vermogensovergang om niet, tussen ouders en kinderen, sprake is van een zakelijke overeenkomst) Tussen overige personen kan het zijn dat er wel vermogensovergang om niet is, maar geen bevoordelingbedoeling. Dan is er geen schenkingsrecht verschuldigd, er is immer geen bevoordelingbedoeling. Het is wel mogelijk dat er dan andere belasting geheven wordt. (zoals inkomstenbelasting.)


Successiebelasting


Na het overlijden zal er aangifte voor de successiebelasting moeten worden gedaan.
Door de gemeente wordt aan de Belastingdienst de naam van de overledene doorgegeven en de naam van degene die aangifte van het overlijden heeft gedaan.
(wanneer de begrafenisondernemer aangifte doet, wordt de naam van zijn opdrachtgever als aangever bij de gemeente vermeld)

Ongeveer vier maanden na overlijden worden de aangiften toegezonden aan het adres van degene die aangifte heeft gedaan bij de gemeente.
Indien u na ongeveer 5 maanden geen aangifte voor de successiebelasting heeft ontvangen en u weet dat er successiebelasting verschuldigd is, moet men zelf om een aangifte vragen (anders een boete)
Ingevolge de successiewet is er successiebelasting verschuldigd over de waarde welke krachtens erfrecht wordt verkregen door een erfgenaam of legataris.


Tevens zijn er in de successiewet bepaalde verkrijgingen vermeld, die niet krachtens erfrecht worden verkregen, maar toch belast zijn met successierecht. Verkrijgingen die niet krachtens erfrecht worden verkregen en fiscaal toch belast zijn, zijn onder andere polisuitkeringen van verzekeringmaatschappijen of schenkingen binnen 180 dagen voor overlijden.

schenkingen binnen 180 dagen voor overlijden
De successiewet heeft een bepaling, die aangeeft dat alle schenkingen die een erflater binnen 180 dagen voor zijn overlijden heeft gedaan, geacht wordt krachtens erfrecht te zijn verkregen.


 
 

 
 Vrijstellingen Successierecht

Welk tarief en vrijstelling is van toepassing?
Van toepassing is het tarief en vrijstellingen van het jaar dat een erflater is overleden.
 
Langstlevende partner.
Voor de berekening van het successierecht is de langstlevende partner:
a. een "niet van tafel en bed gescheiden" echtgenote,
b. fiscale partner,
c. samenwoner.
(De samenwoner kan alleen bij testament tot erfgenaam worden benoemd.)
a. Een gewone partner is een echtgeno(o)t(e), niet van tafel en bed gescheiden of een geregistreerde partner.

b. Een fiscale partner is voor de berekening van het successierecht degene die:
1. samen met erflater een notarieel samenlevingsovereenkomst hadden opgemaakt.
2. in de notariële samenlevingsovereenkomst een verzorgingsclausule is opgenomen.
3. erflater en partner ouder zijn dan 18 jaar.
4. erflater en partner langer dan 6 maanden op hetzelfde adres zijn ingeschreven..
(bij een schenking moet 2 jaar op het zelfde adres zijn ingeschreven).
5. voorzover mogelijk in de aangifte inkomstenbelasting is aangegeven, dat werd samengewoond.
6 fiscale partner is niet mogelijk tussen ouders en kinderen en andere bloedverwanten in de rechte lijn.

c. Een samenwoner is voor de berekening van het successierecht degene die: (geen fiscale partner)
1. erflater en partner ouder zijn dan 23 jaar
2. erflater en partner langer dan 5 jaar op hetzelfde adres zijn ingeschreven.
 
De langstlevende partner heeft een zeer hoge vrijstelling.
(Totale vrijstelling partner € 515.928, tarief 2007, € 523.667 tarief 2008)
Echter deze vrijstelling wordt verminderd met de gekapitaliseerde waarde van de pensioenen. (niet de wettelijke zoals AOW enz)

Samenwoners die korter dan 5 jaar samenwonen hebben ook een vrijstelling, welke lager is.
Vrijstelling tarief jaar 2007
2 jaar samenwonen € 103.181
3 jaar samenwonen € 154.776
4 jaar samenwonen € 206.369
5 jaar samenwonen € 515.928
Vrijstelling tarief jaar 2008
2 jaar samenwonen € 104.729
3 jaar samenwonen € 157.098
4 jaar samenwonen € 209.465
5 jaar samenwonen € 523.667
Indien er sprake is van samenwonen met meerdere personen, dan is de vrijstelling bij meer dan 5 jaar samenwonen €257.966 tarief 2007, € 261.836 tarief 2008
Hiervan is sprake wanneer er wordt samengewoond met een partner en kind ouder dan 27 jaar. (indien kind jonger is dan 27 jaar telt deze niet mee) Of er is sprake van samenwoners tussen 3 en meer partners.

Kinderen
ouder dan 23 jaar
Kinderen hebben een drempelvrijstelling.
Dat wil zeggen, indien er meer wordt verkregen dan een bepaald bedrag, dan hebben deze kinderen geen vrijstelling meer.

Kind heeft een vrijstelling van € 10.000. Is de verkrijging echter meer dan € 26.455, dan heeft dat kind geen vrijstelling meer. (tarief 2007)
Kind heeft een vrijstelling van € 10.150. Is de verkrijging echter meer dan € 26.852, dan heeft dat kind geen vrijstelling meer. (tarief 2008)

De vrijstelling vervalt dus indien de verkrijging door een kind hoger is dan € 26.455, tarief 2007, € 26.852 tarief 2008
Er is nu wel een overgangsregeling.
 
Kinderen
jonger dan 23 jaar
Kinderen jonger dan 23 jaar hebben altijd een vrijstelling.
Deze vrijstelling is een bedrag van € 4.412 voor elk jaar dat dit kind jonger is dan 23 jaar (tarief 2007)
Deze vrijstelling is een bedrag van € 4.479 voor elk jaar dat dit kind jonger is dan 23 jaar (tarief 2008)


Invalide kinderen
ouder en jonder dan 23 jaar


Invalide kinderen hebben ook een vrijstelling. Deze vrijstelling is zelden van toepassing.
Deze kan alleen worden toegepast, wanneer erflater hoofdzakelijk de kosten van verzorging invalide kind voor zijn rekening heeft genomen.
Er namelijk verschillende instanties die subsidies geven voor verzorging invalide kinderen. Wanneer een instantie vergoedingen heeft verstrekt, is de vrijstelling niet meer van toepassing.
 
Partners en kinderen worden belast naar tariefgroep 1. (vanaf 5%)
 
Ouders
Ouders hebben een vrijstelling. Vrijstelling tariefjaar 2007 is € 44.090, tariefjaar 2008 € 44.752

Ouders worden belast naar tariefgroep 2. (vanaf 26%)
 
Andere bloedverwanten in de rechte lijn.
(kleinkinderen en verder, grootouders)
Andere bloedverwanten in de rechte lijn hebben een vrijstelling van € 10.000,( tarief 2007)., € 10.150 tariefjaar 2008
Indien meer wordt verkregen dan € 10.000 voor 2007 en € 10.150 voor 2008,is er geen vrijstelling meer.

De vrijstelling vervalt dus indien de verkrijging door een kleinkind e.v. hoger is dan € 10.000 voor jaar 2007 of € 10.150 voor jaar 2008.
Er is nu wel een overgangsregeling.
 
Algemeen nut instellingen
Algemeen nut instellingen zijn bijvoorbeeld het Rode Kruis, Wereldnatuurfonds, KWF enz.
Deze instellingen moeten gerangschikt zijn als een Algemeen Nut instelling bij de Belastingdienst.
Vanaf 1 januari 2008 moeten instellingen een beschikking van de Belastingdienst hebben ontvangen voordat deze zijn gerangschikt als een algemeen nut instelling.
Wanneer deze instellingen zijn gerangschikt betalen deze geen successierecht of schenkingsrecht meer over hun verkrijgingen.

Overlijden of schenkingen voor 31 december 2005

Tot en met 31 december 2005 waren Algemeen Nut instellingen belast naar een tarief van 8%. (tot 31 december 2004 naar een tarief van 11%)

Algemeen Nut instellingen hebben een vrijstelling van € 8.602, (tarief 2005).
Indien meer wordt verkregen dan € 8.602 is er geen vrijstelling meer.
De vrijstelling vervalt dus indien de verkrijging door een algemeen nut hoger is dan € 8.602. (tarief 2005)
 

Overlijden of schenkingen na 1 januari 2006 verkrijging algemeen nut instelingen

In het Belastingplan van 2006 is voorgesteld dat de verkrijgingen door Algemeen Nut instellingen niet belast zijn met het recht van successie of schenking.
Dus over de verkrijgingen door een Algemeen Nut instelling na 1 januari 2006 geen successierecht of schenkingsrecht meer schuldig.
Vanaf 1 januari 2008 moeten instellingen een beschikking van de Belastingdienst hebben ontvangen voordat deze zijn gerangschikt als een algemeen nut instelling.

Opmerking:
Of een Algemeen Nut instelling is gerangschikt kunt u navragen bij de Belasting.
 
 
 
 
 
 
Museum
Overlijden voor 31 december 2005

Er is nog een bijzondere vrijstelling voor verkrijgingen door een museum. Deze musea moeten wel op een lijst van gerangschikte musea zijn vermeld. Of een musea is gerangschikt kunt u navragen bij de Belasting.

Overlijden na 1 januari 2006

Voor Musea bestaat geen aparte vrijstelling meer, maar worden gelijkgesteld met Algemeen Nut instellingen.

Contante waarde berekening
conform rekenmethode HR 11 juli 1989


Indien een erflater een testament heeft gemaakt, waarin een ouderlijke boedelverdeling is opgenomen, verkrijgen de kinderen een vordering in contanten op de langstlevende partner.
Deze vordering is dan, inclusief met eventuele rente, pas opeisbaar bij overlijden langstlevende partner.

Wanneer er geen testament is, en de wettelijke verdeling is van toepassing, verkrijgen de kinderen wettelijk een vordering, ter grootte van hun erfdeel, in contanten, op de langstlevende partner.
Deze vordering is opeisbaar bij overlijden langstlevende partner, tegen een rente van de wettelijke rente minus 6.
De erfgenamen kunnen binnen 8 maanden na overlijden een ander rentepercentage, enkelvoudig, afspreken.

Successierecht is verschuldigd over de verkrijging uit de nalatenschap.
Wanneer er sprake is van een ouderlijke boedelverdeling of de erfgenamen hebben binnen 8 maanden een ander rentepercentage afgesproken, is successierecht verschuldigd over de contante waarde van de vordering.
Over deze contante waarde zal successierecht verschuldigd zijn


Successierecht berekenen

Over de waarde van een verkrijging uit een nalatenschap is successierecht verschuldigd.

Er zijn vier tarievengroepen
  1. voor verkrijgingen door echtgenote en door kinderen (vanaf 5%)
    2. voor verkrijgingen door kleinkinderen (vanaf 8%)
    3. voor verkrijgingen door ouders, broers en zuster (vanaf 26%)
    4. voor verkrijgingen door overigen. (vanaf 41%)
 
 
 
 
Vrij van recht bepaling.
Wanneer in een testament een legaat is vermaakt aan iemand, met de bepaling "vrij van recht" wil dat zeggen dat de successierechten en andere kosten ten last van de erfgenamen komen.

Verkrijging door langslevende partner
De partner heeft een zeer grote vrijstelling,
 
Echter deze vrijstelling wordt verminderd met de gekapitaliseerde waarde van de pensioenen (niet AOW)
 
Verkrijging door kinderen
Kinderen hebben een drempelvrijstelling, dat wil zeggen:
wordt er meer verkregen dan een bepaald bedrag, dan hebben de kinderen geen vrijstelling meer.

Verkrijging door ouders, broers/zusters en anderen
Ouders, broers/zusters en overige verkrijgers (niet verwanten) hebben een vrijstelling.

 Vrij van recht bepaling.

Wanneer in een testament een legaat is vermaakt aan iemand, met de bepaling "vrij van recht" wil dat zeggen dat de successierechten en andere kosten ten last van de erfgenamen komen.

Wanneer er in een testament een bepaling is gemaakt, dat het legaat vrij van recht is, wordt voor de berekening van het successierecht aangenomen, dat het successierecht zelf ook is gelegateerd.
Volgens de fiscale wetgeving is het successierecht verschuldigd door de verkrijger. Door de bepaling "vrij van recht" wordt het successierecht uit de nalatenschap betaald en krijgt de legataris het netto legaat. (het recht wordt dan ook gelegateerd)


Met ingang van 1 janauri 2006 is vrij-van-recht-berekening bepaling veranderd.


 Bedrijfsopvolging
 
 (dit is geen "makkelijk" verhaal, het is namelijk een van de moeilijkste onderdelen van de Succesiewet)

Sinds 1 januari 2002 bestaat er een faciliteit voor ondernemers. De zogenaamde bedrijfsopvolgingsfaciliteit.
 
 
 
 


Deze bedrijfsopvolgingsfaciliteit is in leven geroepen om ondernemingen na overlijden voort te laten bestaan.
Dat niet door het betalen van successierecht of schenkingsrecht de onderneming falliet gaat, of dat de erfgenamen gedwongen zijn de onderneming te verkopen. Door deze bedrijfsopvolgingsfaciliteit is het mogelijk dat de verkrijger van de onderneming deze onderneming kan voortzetten.

Deze regeling is ook voor het schenkingsrecht.

 
Wie kunnen een beroep doen op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit.

De bedrijfsopvolgingsfaciliteit is van toepassing op de verkrijging en verschuldigde successierecht van degene die de onderneming van een erflater voort gaat zetten. Dat is de "voortzetter" van de onderneming.



BOX 3


Na overlijden en wettelijke verdeling is er sprake van transparantie voor BOX 3.

Indien de wettelijke verdeling van toepassing is, dat wil zeggen dat de langstlevende partner geen afstand heeft gedaan van de wettelijke verdeling en deze de erfdelen schuldig blijft aan de kinderen moet door langstlevende partner in BOX 3 alle vermogensbestanddelen worden aangegeven.
Door de langstlevende partner mag geen schuld "schuldig gebleven" erfdelen aan de kinderen worden aangegeven.
(Box 3 wordt dus ingevuld zoals ook voor overlijden werd ingevuld)


Door de kinderen wordt dan in hun aangifte inkomstenbelasting, BOX 3, dan ook geen "vordering" erfdeel vader aangegeven