Betalingsachterstanden
In de pensioenwet is een geheel nieuwe regeling opgenomen met betrekking tot betalings-achterstanden. Deze is te vinden in Artikel 27 en 28 van de Pensioenwet.
In de oude wet bestond er voor een pensioenuitvoerder bij premieachterstanden geen verplichting deelnemers tijdig in te lichten over het voornemen de polissen premievrij te maken of in zijn geheel te laten vervallen. Deze verplichting lag, hoe vreemd ook, bij de in gebreken blijvende werkgever. Tevens kon de pensioenuitvoerder met onbeperkte terugwerkende kracht de polissen laten vervallen of premie vrijmaken. Iets wat de pensioenopbouw van deelnemers enorm schade opleverde.
De termijn van terugwerkende kracht is met de nieuwe wetgeving per 1 januari 2008 gelimiteerd. Deelnemers moeten bovendien voorafgaande aan de premievrijmaking/vervallen van de polis door de verzekeraar worden geïnformeerd.
De eerste voorwaarden om tot premievrijmaken te kunnen overgaan is dat de verzekeraar zich aantoonbaar moet hebben ingespannen om de achterstallige premies alsnog te innen. Als het incasseren niet is gelukt moet de verzekeraar de werkgever en de deelnemers informeren. De informatieplicht is hiermee van de werkgever verschoven naar de pensioenuitvoerder. Verwachting is dat hiermee een einde komt aan de huidige praktijk dat werkgevers in zo'n situatie veelal nalaten hun werknemers te informeren over een bestaande premieachterstand.
Tussen het moment van informeren en het daadwerkelijk premievrij maken of laten vervallen van de polis dienen minimaal drie maanden te zitten. Gedurende deze maanden moet de verzekeraar de dekkingen bij overlijden en arbeidsongeschiktheid gewoon in stand houden.
Als in die periode een deelnemer dus iets overkomt, moet de verzekeraar uitkeren.
Als de verzekeraar daadwerkelijk overgaat tot premie vrijmaken van de verzekering kan hij dat doen met ten hoogste vijf maanden terugwerkende kracht vanaf het moment dat hij de deelnemers heeft geïnformeerd. Hier zit dus voor de verzekeraar een begrenzing.
Voorbeeld:
Betalingsachterstand vanaf 01-01-2008
- Werknemers en werkgever worden door verzekeraar op de hoogte gesteld van het voornemen de polissen premievrij te maken 01-06-2008
- Daadwerkelijke premievrijmaking 01-09-2008 met terugwerkende kracht van 5 maanden vanaf het moment van informeren, dus 01-01-2008
Zou de verzekeraar niet per 01-06 maar per 01-07 de deelnemers hebben geïnformeerd, dan zou premievrijmaking pas mogelijk zijn per 01-02-2008. De pensioenopbouw over de maand januari komt dan voor rekening van de verzekeraar ook al is daarvoor geen premie betaald.
Gevolg van dit alles zal zijn dat verzekeraars strakker gaan letten op de incasso van de verschuldigde pensioenpremie. De berichtgeving hieromtrent zal ook rechtstreeks gaan geschieden. Voor ons als pensioenadviseurs is er in dit kader geen echte rol weggelegd. Nu maar hopen dat verzekeraars hun administratie goed op orde hebben en de achterstanden voor januari 2008 hebben weggewerkt !
Betalingsachterstanden deel 2
Indien een werknemer vertrekt bij werkgever A en in dienst treedt bij werkgever B, dan zijn de pensioenuitvoerders van beide werkgevers, met inachtneming van een aantal spelregels, verplicht mee te werken aan waarde overdracht.
Kort gezegd worden de “oude” opgebouwde pensioenrechten volgens wettelijk vastgestelde rekenregels vertaald naar een over te dragen waarde. De overnemende uitvoerder dient op basis van dezelfde rekenregels de werknemer extra pensioen/dienstjaren toe te kennen en dient deze direct, mede met de inkomende waarde, af te financieren.
Naast het hebben van één pensioenuitvoerder kan de werknemer, door gebruikmaking van waarde overdracht, een pensioenbreuk (gedeeltelijk) voorkomen.
In lijn met de wet-en regelgeving werd bij het omrekenen een rekenrente gehanteerd van fictief 4%. Met ingang van 1 januari 2008 dient de pensioenuitvoerder bij waarde overdracht een rekenrente te gebruiken van 4,926%.
Verzekeraars hanteren in hun commerciële tarieven echter een rekenrente van 3%. Direct gevolg hiervan is dat tussen de overdrachtswaarde op basis van de wettelijk opgelegde rekenrente van 4,926% en de feitelijke waarde op basis van genoemde 3%, een gat zit van een slordige 50%.
Een werkgever zal bij een vertrekkende werknemer die gebruik maakt van zijn wettelijke recht op waarde overdracht geld terugkrijgen, terwijl een werkgever die een werknemer in dienst neemt in deze situatie zal moeten bijfinancieren. Praktijk wijst uit dat dit om behoorlijke bedragen kan gaan.
De enige mogelijkheid om dit voor werkgevers vervelende bijeffect te voorkomen, is afstappen van toezeggingsvormen als eindloon-en middelloonregelingen en over te gaan op de introductie van een pensioenregeling waar de rekenregels niet op van toepassing zijn zoals bij beschikbare premieregelingen. Een lastig onderwerp waar onze specialisten graag met u over in gesprek gaan.
Wachttijd deelname opbouw ouderdomspensioen voor uitzendbranche verruimd
De Pensioenwet schrijft voor, dat indien een werkgever in zijn toezegging een wachttijd wil hanteren voor de opbouw van ouderdomspensioen, dit maximaal twee maanden mag zijn. Op deze regel is nu een uitzondering gekomen. Om administratieve rompslomp te voorkomen is besloten voor de uitzendbranche een verruiming van deze wachttijd toe te staan. Voor hen is het hanteren van een wachttijd van 26 weken akkoord bevonden. Let op, dit voorstel moet nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd.
Duidelijkheid overgangsrecht directeur groot aandeelhouder.
Lange tijd was er onduidelijkheid of een directeur groot aandeelhouder (dga) uit eigen beweging en voor 31-12-2007 zijn verzekeraar moest verzoeken zijn pensioenpolis niet onder de Pensioenwet te laten vallen. Veel pensioenuitvoerders stelden zich namelijk op het standpunt dat, als de dga niets van zich liet horen, de pensioenpolis automatisch onder de Pensioenwet zou vallen. Om dit te voorkomen hebben wij tijdig dga’s met op dat moment verzekerde rechten verzocht hun wens schriftelijk aan de verzekeraar kenbaar te maken. Duidelijk is nu geworden dat als de dga niets heeft gedaan, de verzekerde rechten toch sowieso buiten de Pensioenwet vallen.
Opsomming van in het oog springende zaken waar u in 2008 mee te maken gaat krijgen:
- Maximale toetredingsleeftijd van 21 jaar
- Maximale wachttijd voor opbouw ouderdomspensioen 2 maanden (zie uitzondering). Geen wachttijd bij nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidspensioen
- Pensioenuitkering moet in de basis levenslang zijn en vastgesteld in euro’s
- Startbrief moet door verzekeraars worden aangeleverd
- In stand houden van tijdsevenredig partnerpensioen op risicobasis gedurende de periode dat gewezen deelnemer een WW-uitkering ontvangen
- Behoud van recht op partnerpensioen bij verlof
- Rechtstreeks melding aan deelnemer bij betalingsachterstand